Sinterklaasstaat

Door Pamela Hemelrijk

17 oktober 2004

Ons land telt 528 subsidieregelingen. De Edmund Burke Stichting analyseerde de 100 belangrijkste en stelt dat 80% daarvan afgeschaft kan worden, waarna het geld teruggegeven kan worden aan de burger. Pamela Hemelrijk over Holland subsidieland.

Verkwisting, fraude en onrecht. Deze drie. Maar de meeste van deze is de onrechtvaardigheid van het subsidiesysteem. Thomas JefFerson (de derde president van de VS, en de vader van het grondwetsartikel dat stelt dat eenieder recht heeft op 'life, liberty and the pursuit of happiness') zei het al in 1779, toen hij zijn afschuw uitsprak over de overheidssteun aan kerken - de staat had zijns inziens het recht niet om mensen gedwongen te laten meebetalen 'aan het bevorderen van ideeën waarin zij niet geloven of waarvan zij zelfs een uitgesproken afkeer hebben'. Hij noemde dat een vorm van tirannie.

Veel geholpen heeft die kritiek niet. Iedere werkende Nederlander moet per jaar ruim drieduizend euro aftikken voor subsidiesteun aan een waslijst van bestemmingen. Zo betalen vegetariërs mee aan de intensieve varkenshouderij. Nertsenfokkers moeten financiële steun verlenen aan milieulobby's die op hun ondergang uit zijn en bij tijd en wijle zelfs hun bedrijf in brand steken. Vrome katholieken moeten meebetalen aan abortusklinieken. Werkende jongeren moeten de universitaire studie van hun intellectuele leeftijdgenoten helpen bekostigen. En tante Mien uit de Jordaan moet dokken voor de opera-kaartjes van de grachtengordel.

Welbeschouwd is het eigenlijk een wonder dat de doorsnee-Nederlander hier zo sportief in berust. Goed, belasting betalen voor het nut van het algemeen (ziekenhuizen, wegen en riolering) wordt tot op grote hoogte geaccepteerd. Maar bij specifieke subsidies ligt dat anders. Als burgemeester Cohen bij tante Mien in de Jordaan zou aanbellen om van haar een bijdrage te eisen voor zijn abonnement op de C-serie van het Concertgebouworkest, dan zou ze hem ongetwijfeld vragen of hij soms van de pot gerukt was. Vandaar dat de overheid tante Mien liever in het ongewisse laat over de vraag waar de in totaal 22 miljard aan subsidiegelden heen gaan. Tot vorig jaar kwam er elk jaar een 'subsidiebijbel uit, met vaag omschreven posten als: zus of zoveel miljoen voor 'maatschappelijke organisaties'. Daar werd je ook niet veel wijzer van, maar het was tenminste iets. Helaas, dat overzicht wordt voortaan nog maar eens per vier jaar verstrekt. En de Rijksbegroting van 2004 bevat evenmin gegevens over subsidiestromen.

De Edmund Burke Stichting heeft genoeg van al die ongrijpbare steungelden. Ze heeft de honderd duurste van de in totaal 528 subsidieregelingen in ons land onder de loep genomen, en ze stelt voor om daarvan tachtig procent radicaal af te schaffen. De besparing die dat oplevert (vijftien miljard) moet terug naar de burger - in de vorm van belastingverlaging. De cijfers die de Burke Stichting hanteert, zijn trouwens nog aan de lage kant. Want ze zijn ontleend aan subsidieoverzichten van de rijksoverheid zelf. En die heeft het begrip 'subsidie' zodanig krap gedefinieerd dat circa 1,4 miljard aan gulle giften buiten beschouwing is gebleven. Bovendien zijn de provinciale subsidies (circa één miljard per jaar) niet meegeteld, evenmin als de gemeentelijke. Hoeveel de 483 Nederlandse gemeenten gezamenlijk distribueren, is onduidelijk, maar alleen de Deelraad Amsterdam-Centrum is al goed voor 25 miljoen per jaar (Amsterdam heeft vijftien deelraden, dus dat tikt aan). Ook de Europese landbouwsubsidies - waaraan Nederland één miljard euro per jaar bijdraagt - zijn niet meegerekend.

Op de persconferentie waar de Burke Stichting haar rapport Nederland subsidie-staat presenteerde, bleek weer eens dat de media de overheid niet graag voor de voeten lopen: HP/De Tijd en het Nederlands Dagblad waren de enige belangstellenden, zodat de catering met karrenvrachten petit-fourtjes bleef zitten. Terwijl het rapport van de onderzoekers Jurgen Reinhoudt (universiteit van Princeton) en Peter Heemeijer (Universiteit van Amsterdam toch vol stond met sappige voorbeelden van overheidsverkwisting. Om te beginnen natuurlijk de miljarden die er in de jaren zestig en zeventig 'voor behoud van werkgelegenheid' zijn gepompt in noodlijdende bedrijven als DAF en Verolme -die vervolgens alsnog als zelfstandige Nederlandse bedrijven op de fles gingen.

Daar is de overheid inmiddels van teruggekomen, maar zij pompt thans met verdubbelde ijver geld in andere bodemloze putten, zoals bijvoorbeeld in de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk). Het budget van deze sector, die zich onledig houdt met het stimuleren van research en development, is gestegei van 95 miljoen euro in 1994 naar 367 miljoen in 2003 - zonder dat zulks enig merkbaar effect heeft gehad op de bloei van research en development. Het Centraal Planbureau constateerde althans recentelijk dat 'verhogingen van het WBSO-budget uitsluitend resulteren in hogere salarissen voor de onderzoekers'.

De structurele onrechtvaardigheid van het systeem is evident. Waarom wordt de Nederlandse Dambond gesubsidieerd en de Nederlandse Backgammon Federatie niet? Waarom moeten die arme triktrakkers, naast hun eigen hobby, ook nog de hobby van de dammers bekostigen? Waarom worden sportkantines met subsidie in staat gesteld de horeca oneerlijke concurrentie aan te doen? Wat is daar zo rechtvaardig aan? Het toppunt van zelfdestructie is wel de TAOM-regeling (Technische Assistentie in Opkomende Markten). Die regeling stimuleert Nederlandse bedrijven om hun productie naar het buitenland te verplaatsen - een soort verkapte ontwikkelingshulp dus. Ze kunnen daar 275.000 euro mee verdienen.

Een ander euvel is de inefficiëntie, om niet te zeggen contraproductieve werking van het subsidiesysteem: de staat neemt jaarlijks 22 miljard in beslag om die vervolgens op zeer onrechtvaardige wijze weer onder de bevolking te verdelen. Na aftrek van torenhoge administratiekosten, welteverstaan. Want het behandelen van die honderdduizenden aanvragen en het toekennen van al die projectsubsidies is een heidens karwei dat verschrikkelijk veel geld aan bureaucratische mankracht kost. Niettemin wordt het geld oneerlijker verdeeld dan ooit. Want het komt nu vooral terecht bij de aanvragers met de scherpste ellebogen en de beste contacten.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de fraude waarmee dit alles onvermijdelijk gepaard gaat. Hogescholen die spookstudenten opgeven om hun budget op te krikken. De provincie Noord-Holland, die blindelings zeven miljoen euro verstrekt aan een paar lokale milieugroepjes, zonder enige controle op de besteding. De fraude zit in het systeem ingebakken, want effectieve controle is godsonmogelijk. Hoe controleer je daadwerkelijk of die vijftien mille voor 'biotoopverbetering van de roerdomp in het Twiske' inderdaad aan de roerdomp ten goede is gekomen, en niet is uitgegeven aan nieuw kantoormeubilair voor de biotoopverbeteraars? Tienduizenden van dit soort kleine en grote projectsubsidies worden jaarlijks verleend. Het is geen doen om die allemaal te gaan evalueren. Dat zou miljarden kosten. En het was al zo duur om ze uit te delen!

En wat te doen tegen organisaties die mogen beslissen over hun eigen subsidieaanvragen, zoals bijvoorbeeld politieke partijen? In 1954 kregen die nog niets van de staat, behalve plakborden voor hun affiches op de bruggen. Nu incasseren ze met z'n allen 6,5 miljoen per jaar om hun campagnes, hun fractieassistenten en hun wetenschappelijke bureaus te financieren.


"Het zijn dus niet de bezuinigingen op subsidies die het cement uit de samenleving hebben gezogen, maar de subsidie zelf."

Theo Schuyt

Het gevolg van dit alles is een steeds passievere bevolking, die zelf geen initiatieven meer ontplooit, maar al zijn energie steekt in het vechten om een donatie uit de staatsruif. "De betrokkenheid van burgers, bedrijven, fondsen en kerken bij het wel en wee van de samenleving is volledig afgebrokkeld," zo constateerde de (eveneens zwaar gesubsidieerde) hoogleraar filantropie Theo Schuyt vorig jaar. "Het zijn dus niet de bezuinigingen op subsidies die het cement uit de samenleving hebben gezogen, maar de subsidie: zelf."

Het huidige kabinet lijkt dat ook in te zien en maakt aanstalten om te gaan kappen. Minister Hoogervorst heeft al 65 miljoen geschrapt, waaronder de subsidie aan de Nederlandse Dambond en aan de linkse debattempels De Balie en De Rode Hoed. Maar die maatregelen gaan volgens de Burke Stichting bij lange na niet ver genoeg. Reinhoudt en Heemeijer komen tot de slotsom dat tachtig procent van de subsidies kan worden afgeschaft, inclusief de huursubsidie en de studiefinanciering. Dt overheid kan zich dan beperken tot haar kerntaken, zoals bescherming van lijf en goed (en dus van privé-eigendom), defensie, rechtspleging en infrastructuur. En de burgers zijn vrij om zelf te bepalen welke doelen zij willen steunen. Hun vrijgevigheid in het verleden heeft bewezen dat ze daar heus niet te beroerd voor zijn.

Eén ding staat vast: de overheidsbemoeienis is in dit land schrikbarend uitgedijd, met desastreuze gevolgen voor de belastingdruk. Die is toegenomen van veertien procent van het BNP in 1920 tot 55 procent in de jaren tachtig - een groei van maar liefst driehonderd procent in amper vijftig jaar. Er is in de geschiedenis wel om minder een belastingoproer uitgebroken. 55 procent: dat wil zeggen dat gemiddeld Iedere Nederlandse burger zes maanden per jaar werkt als ongewild overheidsdienaar.

Pamela Hemelrijk

Dit artikel verscheen op 24 september 2004 in HP/De Tijd

Gerelateerde links
- Nederland Subsidiestaat
- De Brochure van de Burkestichting


Over de auteur

Pamela Hemelrijk (1947 - 2009) heeft twaalf jaar voor het ANP gewerkt als algemeen verslaggeefster, en tien jaar voor het Algemeen Dagblad, als feature-reporter en columniste.

Steeds meer conflicten met de hoofdredactie wegens het buiten hangen van de vuile was, en censuur op columns. Kreeg in 1995 een verbod om nog langer columns te schrijven over Srebrenica. (Hoofdredacteur: "Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan de waarheid; wij moeten hier een krant maken ja? Wij hebben hier te maken met de orde van de dag ja?")

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl