“The whole aim of practical politics is to keep the populace alarmed (and hence clamorous to be led to safety) by menacing it with an endless series of hobgoblins, all of them imaginary.”
H.L. Mencken

Belastingoproer

Door Syp Wynia

14 oktober 2004

Onze vaderlandse geschiedenis begon met een belastingopstand tegen Filips de Tweede, de Habsburg-koning die in Madrid zetelde.

Filips had veel geld nodig om oorlog te kunnen voeren tegen de Turken die voortdurend zijn rijk bedreigden. Toen kreeg hij er ook nog de onlusten in onze gewesten bij.

Voor het bezettingsleger dat hij daarvoor nodig had, introduceerde zijn onderchef Alva in 1569 drie nieuwe belastingen, die door de onrustige provincies zelf moesten worden opgebracht. Het ging om een btw van 10 procent, een overdrachtsbelasting van 5 procent en om een eenmalige vermogensbelasting van 1 procent. Alva kreeg het er niet door, maar de onmin over de tiende, de twintigste en de honderdste penning was naast de strijd om de godsdienstvrijheid de belangrijkste reden voor de opstand van de tien 'Zeventien Provinciën', die bij ons tot de vorming van de Republiek leidde.

Filips IIHet was het grootste, maar niet het laatste belastingoproer in Nederland. In de jaren 1747-1748 richtte de onvrede over de willekeur van de regentenoligarchie zich in belangrijke mate op de belastingpachters, die de indirecte belastingen inden, om niet te zeggen afpersten. Bij het Pachters-oproer vielen doden, huizen van de pachters werden geplunderd en het stelsel werd herzien.

Het is merkwaardig dat de belastingoproeren lang achter ons liggen, terwijl de overheid tegenwoordig heel wat meer van de burgers en bedrijven afneemt dan de regenten in de achttiende eeuw deden of de Spaanse landsheer in de zestiende eeuw van plan was. Zelfs een eeuw geleden waren de overheidsuitgaven nog maar eentiende van het bruto binnenlands product (bbp), terwijl die nu ongeveer de helft van het bbp zijn. Zelfs volgens een minimale definitie, de collectieve lastendruk, haalt de overheid nog altijd een kleine 40 procent bij de burgers en bedrijven weg. Voordat het inmiddels verguisde paarse kabinet de lastendruk liet zakken, was het zelfs nog meer.

Het blijft vreemd dat burgers van een land dat zich vrijvocht naar aanleiding van het opleggen van als zeer zwaar ervaren belastingen, nu zo mak als een lammetje ruwweg de helft van wat er wordt verdiend, doorgeeft aan de overheid. Er is ons sluipenderwijs aangeleerd dat dit normaal is. Erger nog, de staat met al zijn vertakkingen is erin geslaagd om ons het gevoel te geven dat belastingen goed zijn.

Het blijft vreemd dat burgers van een land dat zich vrijvocht naar aanleiding van het opleggen van als zeer zwaar ervaren belastingen, nu zo mak als een lammetje ruwweg de helft van wat er wordt verdiend, doorgeeft aan de overheid.
Je ziet dat verschijnsel het sterkst in Noord-Europa, en vooral in Scandinavië. In Amerika kun je de presidentsverkiezingen verliezen als je de belasting verhoogt, in Zuid-Europa zijn ze bedreven ïn het negeren van de belastingheffing, maar in Nederland lijkt het maar geen thema te zijn. Dat belastingen een inperking van de individuele vrijheid betekenen, dat belastingen het persoonlijk initiatief onderdrukken en, om met premier Jan Peter Balkenende te spreken, de 'eigen verantwoordelijkheid' ondermijnen - we lijken het vergeten te zijn. Bij werknemers is dat verschijnsel het sterkst. Die lijken het maar voor lief te nemen dat ze geen andere keus hebben dan hun loon te laten afromen door loonbelasting, premies voor verplichte ziektekostenverzekering, voor verplichte pensioenen en voor een reeks van andere uitkeringen, Bij zelfstandigen ligt dat anders, daar wil de belastingenvelop weieens in woede worden verscheurd. Maar over het geheel genomen zijn Nederlanders doetjes als het om de belastingen gaat.

Welbeschouwd hangt er rond de belastingen een geur van politieke correctheid. Je bent een beetje fout als je lagere belastingen nuttig, nodig en rechtvaardig vindt. Van de weeromstuit is er geen grote politieke partij die lagere belastingen tot speerpunt van actie maakt - ook van de VVD van Hans Dijkstal, Jozias van Aartsen en Gerrit Zalm wordt in dat verband opvallend weinig vernomen. Frits Bolkestein was tien jaar geleden bij hetbegin van Paars de laatste die systematisch inzette op lagere lasten. Het CDA kwam vier jaar geleden, in de oppositie, nog met een plan voor een vlaktaks van 35 procent of iets meer, waarbij veel aftrekposten zouden wegvallen, maar de hypotheekrenteaftrek zou blijven. Van dat plan wordt niet alleen weinig meer vernomen, maar het was ook halfhartig en doortrokken van staatsbemoeienis met de inkomens.

En toch, zo voorspel ik u, komt de grote staat, de albedil die de helft van de economie opeet, ter discussie te staan. Je hoort het, je proeft het en het zijn niet in de laatste plaats de jongste belastingbetalers die er genoeg van hebben. Een politieke partij die de code doorbreekt en opkomt voor een lastendruk van, om wat te noemen, 30 procent, kan het kaartenhuis aardig laten schudden. Er zal niet worden geplunderd, er zullen geen doden bij vallen, maar een nieuw belastingoproer naakt.

Syp Wynia

Deze column verscheen eerder in Elsevier op 11 september 2004

Over de auteur

Syp Wynia is columnist en redacteur van het opinietijdschrift Elsevier.

Syp Wynia heeft geruime tijd als journalist gewerkt voor de politieke redactie van het Parool en is later werkzaam geweest in Brussel. Deze ervaringen hebben hem veel kennis verschaft over zowel de nationale als internationale politiek. De opgedane kennis komt uitstekend van pas bij zijn huidige werk bij Elsevier, waar hij in zijn columns het beleid van de overheid aan een zeer kritische blik onderwerpt. In 2004 sprak hij over Europa op het politiek café van MeerVrijheid. Wynia is niet verbonden aan de Stichting MeerVrijheid.

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl