Opmars van Linux

Door Redactie

29 oktober 2004

Dat de vrije markt wel degelijk in staat is om het bijna-monopolie van Microsoft slagen toe te brengen wordt duidelijk met de opkomst van internet en Open Source software (vaak ook Free Software genoemd). Het mag dan niet zo snel gaan als overheidsbestuurders wensen (die dan graag antitrust wetten in stelling brengen) maar de markt opereert graag in haar eigen tempo.

Software en softwarestandaarden zijn redelijk nieuwe fenomenen en burgers moesten er aan wennen "locked in" te zijn. Zij merkten opeens dat zij gebonden waren aan gesloten standaarden en gesloten software. Nu gebruikers dat risico zijn gaan inzien kiest men steeds vaker voor Open Source producten en open standaarden.

Open Source producten zijn in het algemeen gratis, je moet in de meeste gevallen de gewijzigde broncode openbaar maken en het meeste werk gebeurt onbezoldigd. Daarom wordt Open Source door sommigen wel eens vergeleken met communisme. Dat is echter onterecht want mensen en ontwikkelaars worden niet gedwongen hun ideeen en broncode openbaar te maken behalve als ze op iets voortborduren wat al open source is. Bepaalde Open Source licenties mogen trouwens weer gesloten worden.

De Open Source wereld is een sterke en meedogenloze meritocratie waarbij de beste ideeen en producten overleven. Het grootste deel van het internet draait op open source software. Meer dan de helft van alle webpagina's wordt door het programma Apache aangeleverd en het leeuwedeel van alle email gaat via Sendmail. Open Source producten zijn vaak heel stabiel aangezien iedereen altijd fouten kan opsporen en herstellen. De vraag dringt zich op of de razendsnelle groei van het internet wel zo stabiel had kunnen verlopen zonder de stabiele en flexibele Open Source producten.

Een bedreiging voor de verdere opmars van Open Source ligt in de vermaledijde Software Patenten. De V.S. hebben er de afgelopen jaren bij de EU op aangedrongen deze in de wet op te nemen en dit is inmiddels gebeurd. Dit betekent dat Open Source producten niet meer veilig zijn voor wettelijke aanklachten wegens zogenaamde schendingen van de meest absurde software patenten. Mocht b.v. een argeloze Europese programmeur een sorteerroutine gebruiken dat toevallig door een Amerikaanse firma is gepatenteerd dan loopt hij het risico allerlei rechtzaken aan zijn broek te krijgen.

Gelukkig gebruiken steeds meer mensen producten als Linux, IBM heeft het zelfs een van de speerpunten gemaakt van haar beleid. De Chinese machthebbers omarmen b.v. graag Linux omdat het hen minder afhankelijk maakt van de V.S. De weg terug is gelukkig moeilijk en er zijn nu ook steeds meer commerciele belangen die de openheid van Open Source veiligstellen. Zo is het Open Source Development Lab (OSDL) een non-profit organisatie dat het gebruik van Linux beoogt te stimuleren en dat gefinancierd wordt door reuzen uit de IT en electronica wereld zoals Hitachi, HP, IBM, Intel en NEC. Electronicafabrikanten willen namelijk graag de beschikking over een goedkoop en flexibel besturingssysteem voor hun magnetrons, GSM's en koelkasten.

De Telegraaf berichtte over de opmars van Linux, een concurrent van Windows XP.

Doorbraak voor Linux
Linux, het gratis besturingssysteem voor computers, is bezig de wereld in sneltreinvaart te veroveren. Over twee jaar zal 50% van de nieuw verkochte servers draaien op het in 1991 door de Fin Linus Torvalds ontwikkelde, maar intussen sterk verbeterde en uitgebreide besturingssysteem. Dat voorspelt het onderzoeksbureau IDC.

Daarmee wordt de hegemonie van softwarereus Microsoft van Bill Gates flink aangetast. Linux mag zich, vooral omdat het door velen als een veel stabieler besturingssysteem wordt gezien dan grote concurrent Windows van Microsoft, verheugen in een jaarlijkse groei van 25%, daar waar Microsoft maar nauwelijks van zijn plaats komt.

De verklaring voor het succes van Linux is de open broncode: iedereen kan naar hartelust het programma naar eigen voorkeur en behoefte aanpassen aan zijn persoonlijke omstandigheden. De programmeertaal waarin Linux is geschreven, kan vrij van het internet gehaald worden. „In totaal zijn er voor de 76.000 projecten die nu op de markt zijn, wereldwijd zo’n 800.000 softwareontwikkelaars daarmee bezig”, zegt Richard Seibt, vice-president van het Amerikaanse softwareconcern Novell en belast met het reilen en zeilen van Novell in Europa, het Midden-Oosten en Afrika.

Zijn concern heeft Linux omarmd en stelt zich garant voor de goede werking van de Linux-pakketten bij zijn cliënten. Onder hen veel lagere overheden (provincies, gemeentes), financiële instellingen (banken en verzekeraars), logistieke bedrijven, telecomondernemingen en productiebedrijven, zegt Novell-landendirecteur Rajesh Singh. Iedere 6 à 10 maanden verschijnt er een officiële update op de markt met de door Linux-beheerders goedgekeurde aanpassingen.

Nederland behoort tot de koplopers bij het gebruik van Linux. Belangrijkste argument om te kiezen voor dit open-sourcesysteem zijn volgens Seibt de kosten. „De itspecialisten zijn bij de meeste instellingen en bedrijven doorgaans 80% van hun tijd bezig om alleen al de zaak draaiende te houden. Dat kan veel beter”, zegt hij. Veel tijd gaat volgens hem verloren doordat vaak van een aantal verschillende besturingssystemen gebruik wordt gemaakt. Om alle software aan elkaar te knopen zijn complexe oplossingen nodig. Veel simpeler (en goedkoper) wordt het als van een en hetzelfde besturingssysteem gebruik wordt gemaakt. Dat kan Linux zijn. Bedrijven die bij Novell aankloppen voor het gebruik van Linux, moeten wel betalen, maar dat is voor opleiding van het personeel en ondersteuning.

Dit bericht verscheen op 17 september 2004 in dagblad de Telegraaf.

Gerelateerde links:
- Tegen software patenten in de EU
- Linux.org

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl